
Koken in een historisch huis is af te raden. Vuur en hitte leveren brandgevaar op en laten de temperatuur stijgen, evenals warme dampen dat doen, terwijl die ook de luchtvochtigheidsgraad extra verhogen. Etensgeuren storen de bezoeker en blijven vaak lang hangen, morsen is niet denkbeeldig, defecte (koel- of schoonmaak)apparatuur kan desastreuze gevolgen hebben, de kans op ongedierte is altijd aanwezig en het verslepen van boodschappen brengt het risico van beschadigingen met zich mee (ook al zijn voorraadkamer en keuken downstairs). Kortom: koken is ronduit schadelijk voor het huis en het interieur.
Wóónt men echter in een historisch huis, dan zit er niets anders op dan tóch te koken – of men moet al zijn maaltijden aan huis laten bezorgen, hetgeen bij ‘onbewoonde’ huizen vaak bij speciale gelegenheden gebeurt. Cateraars moeten echter ook voedsel klaarmaken, opwarmen en er de laatste hand aan leggen.
Het bereiden van het voedsel moet in ieder geval beperkt blijven tot de keuken, waar een snel fluctuerend klimaat door vochtigheid en warmte geen (al te) grote schade kan aanrichten. Door alleen maar in de keuken te koken, blijven andere ruimtes van deze risico’s gespaard.
Zorg in de keuken voor een goede verluchting (afzuigkap). Bewaar voedsel in afgesloten kasten en zorg ervoor dat de keuken na het koken altijd grondig gepoetst wordt. Ongedierte verlekkert zich immers in vuil en achtergebleven etensrestjes (of in voedsel tout court). Wees ook voorzichtig met vuilnisbakken. Zij kunnen ongedierte aantrekken. Zet de bakken buiten op voldoende afstand van het huis en houd de bakken binnen netjes en goed afgesloten.
Aan tafel!
Bij koken hoort eten. Als de maaltijd buiten de keuken wordt genuttigd, moet men aandacht besteden aan de bescherming van tafels en vloeren in die ruimtes (dit geldt natuurlijk ook voor de keuken als daar een waardevolle vloer ligt). Vet, rode wijn, koffie, thee, vruchtensap en andere vloeistoffen kunnen lelijke vlekken achterlaten.
Waardevolle vloeren worden bij voorkeur beschermd met een vloerkleed dat geen vuil doorlaat, een zachte onderkant heeft die vloer niet beschadigt en makkelijk te onderhouden en slijtvast is. Houd in elk geval steeds schoonmaakspullen bij de hand. Gemorste vloeistoffen kun je verwijderen met een papieren doekje, ander vuil met een plastic of houten spateltje en een papieren doek. Op maat geknipte perspex op rondjes van vilt of kurk kunnen tafelbladen beschermen zodat glazen geen schade aanrichten. Zelfs als het niet de bedoeling is tafels (en andere horizontale oppervlakken) te gebruiken, is preventieve bescherming een goed idee. Je weet immers nooit waar mensen hun glazen achterlaten.
Kaarsen kunnen een intieme sfeer creëren, maar aan het gebruik ervan zijn grote gevaren verbonden. Brandgevaar is evident, maar ook rook en kaarsvet kunnen schade berokkenen aan bijvoorbeeld de tafels waar ze op staan of de wandbekleding van de kamer. Gebruik dus liever geen kaarsen – en hou ze anders permanent in de gaten. Kies voor kaarsen die niet roken en niet druipen en zet ze altijd in een omhullende glazen houder.
16 Rules for Caterers in Historic Buildings zijn regels waaraan koks, traiteurs en cateraars zich in een historisch huis moeten houden. Het is opgesteld door de Engelse conservation consultant Gabriela Smith.