
Het behoud en beheer van gebouw en collectie vergt in historische huizen een andere aanpak dan in musea. Als je meer wil weten over een bepaald onderwerp, klik je op het betreffende punt.
Licht
Geen mooier huis dan een huis waar het daglicht onbekommerd en vrolijk naar binnen kan schijnen. Licht is evenwel een grote boosdoener en beschadigt elk materiaal. Temperen, is dus het devies. Door de schadelijke uv-straling kan zonlicht (én een teveel aan kunstlicht) textiel van kleur doen verschieten. Als dit proces eenmaal heeft plaatsgevonden, is er geen weg terug: het is een permanente beschadiging. Dit geldt niet alleen voor stoffen, maar ook voor hout, papier en pigmenten. Ivoor verkleurt geel door te veel licht.
Een eerste vereiste om deze beschadigingen tegen te gaan is uiteraard: zoveel mogelijk schadelijke straling weren. Luiken en gordijnen kunnen worden gesloten, maar het helemaal buiten houden van daglicht zal zelden een gewenste oplossing zijn. Daarom kunnen uv-werende filters op het vensterglas of voorzetramen worden aangebracht. Een andere oplossing zijn speciale stores, die toch nog een zekere mate van daglicht binnenlaten maar zowel uv- als warmtestraling tegenhouden.
Verwarming en luchtvochtigheid
Klimaatproblematiek in historische huizen
In vrijwel alle historische huizen hebben we te maken met binnenruimten die door hun inrichting getuigen van een bepaalde wooncultuur. Historische huizen willen deze getuigenis voor het publiek toegankelijk en beleefbaar maken, waarbij authenticiteit een vaak gehanteerd streefdoel is.
De bezoeker krijgt graag een onversneden beeld van hoe luxueus, oncomfortabel, knus of kil hier werd geleefd. Tegelijkertijd wil hij het bezoek ervaren als een aangenaam toeven: geen ziltigheid, tocht of beklemmende warmte. Wanneer de huizen bovendien nog steeds bewoond worden, heeft ook de bewoner het graag gerieflijk.
Zijn de hedendaagse maatstaven voor comfort en gezelligheid wel altijd te verzoenen met de vereisten voor de goede instandhouding van oude interieurs en kostbare objecten? Zijn er aanpassingen noodzakelijk die een tol eisen van de authentieke historische aankleding van het gebouw? En wat is de ‘goede bewaaromgeving’ voor interieur en objecten?
Weet en beheers
Interieurs en objecten dragen meestal al een lange geschiedenis in zich van vele jaren verblijf in een historische omgeving, op het ritme van de seizoenen en de bewoning. Over het algemeen hadden de interieurcomponenten zich aangepast aan een omgeving waarin geleidelijkheid heerste: koud in de winter, minder koud in de zomer, behaaglijker wanneer de open haard werd ontstoken. Pas toen hogere comforteisen door de ontwikkeling van nieuwe (verwarmings)technieken bevredigd konden worden, begon verstoring in de bewaaromstandigheden op te treden.
Materialen als hout, textiel, papier, perkament, leder en ivoor reageren voortdurend op de veranderingen in de luchtvochtigheid; ze kunnen krimpen of zwellen naargelang de lucht droger of vochtiger wordt. Gebeurt dit proces zeer geleidelijk, met niet al te grote verschillen (maximaal 3°C en 3% relatieve vochtigheid per etmaal), dan is er weinig aan de hand.
Tracht de zaken vooral niet te forceren door bijvoorbeeld te streven naar het ‘ideale’ museumklimaat, dat inzake relatieve vochtigheid soms aanzienlijk verschilt van de situatie in het interieur van een historisch huis. Zolang er maar geen excessief hoge (70% en meer) of lage (35% en minder) waarden worden gemeten en veranderingen zeer traag plaats vinden.
Grote schommelingen in de temperatuur en luchtvochtigheid op korte termijn daarentegen brengen spanningen in de materialen teweeg, zeker bij samengestelde objecten zoals meubels, wandbeschotten en ingelijste paneelschilderijen, of houten sculpturen met een gouden of polychrome afwerking. Met typische schadebeelden als gevolg: gebarsten panelen, opgestuwde verflagen en, bij langdurige hoge vochtigheid, schimmelvorming. Hiervan moet men zich bewust zijn en geëigende maatregelen nemen voor een stabieler klimaat.
Alles begint bij het meten van de klimaatsfactoren temperatuur en luchtvochtigheid, en hun fluctuatie. Hiervoor bestaan meet- en registreertoestellen, van de mechanische thermohygrometer en thermohygrograaf tot elektronische meetapparaatjes en dataloggers. Het is belangrijk een overzicht te hebben van het verloop van de temperatuur en de relatieve vochtigheid over een periode van zeker vier seizoenen. Ontstaat er een min of meer constant beeld of een geleidelijke evolutie, dan is er weinig reden tot bezorgdheid – in ieder geval wanneer het verloop zich afspeelt tussen ongeveer 40 en 60% relatieve vochtigheid en de temperatuur niet te hoog oploopt (bij voorkeur lager dan 21°C, en beter nog 18°C of zelfs minder).
Tekenen er zich regelmatig grote schommelingen af binnen korte tijdspannen (bijvoorbeeld sprongen van meer dan 5% relatieve vochtigheid binnen een etmaal), ga dan achter de mogelijke oorzaken aan of win hierover advies in.
Temperatuur en relatieve vochtigheid staan in relatie tot elkaar: bij temperatuurstijging wordt de lucht doorgaans droger; lagere temperatuur heeft een hogere relatieve vochtigheid tot gevolg. Soms volstaat het om bewuster om te gaan met verwarming of met mogelijke invloeden van het buitenklimaat.
Zo kan het helpen om in ruimten waar door sommige seizoensomstandigheden de vochtigheid hoog oploopt, de relatieve vochtigheidwaarden te verlagen door gecontroleerde verwarming, bijvoorbeeld met een elektrische radiator, voorzien van een hygrostaat (ingesteld op de nagestreefde relatieve vochtigheid).
Laat de binnentemperatuur in de winterperiode het liefst niet onder de 5°C dalen. Soms is het beter om minimaal te verwarmen om een te hoge vochtigheid te voorkomen en bij het wisselen van de seizoenen te grote temperatuursveranderingen te vermijden.
Het plaatsen van (mobiele) luchtbevochtigers en ontvochtigers is meestal de efficiëntste manier om extreme of zeer fluctuerende klimaatsituaties te corrigeren en op peil te houden in probleemzones.
Eigen (h)aard
Zorgt een brandende open haard voor een gezellig en nostalgisch effect in de historische binnenruimte, het nadeel is dat deze een snelle en lokale opwarming en afkoeling in de hand kan werken.
In kamers met erg klimaatgevoelige objecten is het dus niet aan te raden de haard te ontsteken, ook omwille van mogelijke rookontwikkeling bij slechte trek in de schoorsteen.
Bij het interpreteren van de klimaatmeetgegevens mag men de invloed van de bezoekers niet uit het oog verliezen. Groepen bezoekers kunnen een tijdelijke verstoring van de klimaatsituatie teweegbrengen, weliswaar meestal zonder grote gevolgen. U hoeft de bezoekers niet te weren, maar wees ervan bewust dat ze waterdamp en warmte produceren.
Bezoekers en onderhoud
Bij regenweer of sneeuw komen bezoekers binnen met een natte jas, druipende paraplu, vuile schoenen en soms een natte hoed. Voor vuile schoenen hoeft het weer overigens niet nat te zijn: er komt sowieso stof en vuil mee naar binnen, zeker als men door een park of tuin moet om het huis te bereiken.
Idealiter liggen er buiten voor de drempel metalen matten (gril), waarop het ergste vuil wordt achtergelaten. Binnen moeten aan de ingang zeker goede vocht- en vuilabsorberende vloermatten liggen (bij voorkeur over een lengte van zo’n drie meter). Een reeks van drie verschillende, telkens fijnere verontreiniging opnemende matten is helemaal ideaal, maar of daar plaats voor is in entree of hall?
De matten moeten dagelijks worden gestofzuigd.
In sommige historische huizen is het dragen van beschermende katoenen overschoenen verplicht: vuil blijft uit het huis en vloeren en tapijten blijven in betere conditie. Nadeel is dat overschoenen vaak gereinigd moeten worden en snel slijten – én dat ze een veiligheidsrisico met zich meebrengen (uitglijden).
In feite zouden bezoekers altijd hun jassen, paraplu’s en grote tassen bij de ingang moeten achterlaten. Bij regen druipen ze dan de vloeren in de rest van het huis niet onder en wandbekleding, beeldjes, glazen, vazen, schilderijen of tekeningen kunnen niet beschadigd worden door een bruuske beweging met plu, jas of tas.
Het achterlaten van grote tassen aan de entree ligt als diefstalpreventie sowieso voor de hand. Ruime (en beveiligde) garderobes of lockers zijn in een historisch huis van oorsprong meestal niet voorhanden, evenmin als een ontvangstbalie waar spullen bewaard zouden kunnen worden. Enkele kapstokken en een paraplubak kunnen als daar ruimte voor is al een gedeeltelijke oplossing vormen. Anders rest ons niets dan de bezoeker tot grote voorzichtigheid te manen.
De vloer op
Eenmaal de deurmat(ten) voorbij, komt de bezoeker letterlijk in aanraking met het huis: hij betreedt de vloer – hopelijk met droge en relatief schone schoenen.
Hoe dan ook, vloeren en ook trappen zijn de zwaarst belaste oppervlakken van elk huis. Ze worden niet alleen veelvuldig belopen, maar ondergaan ook de druk van vaak zwaar meubilair zoals sofa’s, stoelen, (boeken)kasten en sculpturen. Bovendien zijn ze onderhevig aan slijtage door stof en vuil, én door jaren – soms eeuwen – van onderhoud.
De materialen waar vloeren en trappen van gemaakt zijn, zijn meestal gekozen met het oog op het (vroegere) gebruik en het ontwerp van de ruimte. Ze kunnen uiteenlopen van eenvoudige steen tot extreem kwetsbare, vaak decoratieve materialen. De plankenvloer komt van oudsher veel voor. Vanaf de 17de eeuw kwam de kwetsbaardere parketvloer in voege, en werden ook beschilderde houten oppervlakken populair.
Naast de houten en de nu nog sporadisch voorkomende verharde aarden vloer is er ook nog de stenen vloer, vervaardigd uit terracotta, mozaïek of hardsteen. Zowel houten als stenen vloeren kunnen versierd of bekleed worden met (en beschermd door) tapijten of een vaste vloerbedekking.
Schade aan vloeren kan velerlei zijn. Door verzakking van de ondergrond kunnen zowel stenen als houten vloeren ernstige gebreken oplopen. Scherpe voorwerpen – paraplu’s, puntige wandelstokken, naaldhakken – veroorzaken op houten vloeren onherstelbare beschadigingen. Onoordeelkundig verplaatsen van meubilair – stoelen, kasten, piano’s – en andere zware objecten (bij tentoonstellingen en evenementen bijvoorbeeld) kan diepe littekens in het kostbare hout achterlaten.
Niet te verwaarlozen is de ‘gewone’ slijtage van de vloer door het belopen ervan door bezoekers. Het meest zichtbaar is dit in de buurt van deuren, in doorgangen en op trappen.
Water en vocht vormen een bedreiging voor het welzijn van de vloeren. Lekkages, instroming bij deuren en vensters en water dat door bezoekers mee naar binnen wordt genomen (schoeisel, jassen, paraplu’s) zijn de voornaamste boosdoeners. Ook verkeerde reiniging met (te veel) water levert schade op. Niet onbelangrijk bovendien is de schade die door een te lage relatieve vochtigheid wordt aangericht.
Vloeren en trappen zuchten soms haast letterlijk onder het eeuwenlange gebruik ervan. Om te beginnen moeten ze constructief goed worden onderhouden: geregeld controleren dus op losliggende planken en tegels, beschadigde parketdelen en vloerstenen.
Vervuiling door bezoekers moet zo veel mogelijk worden tegengegaan, en voorts zo optimaal mogelijk worden gereduceerd.
Directe zoninval moet worden vermeden om blootstelling aan te veel straling te vermijden en temperatuurschommelingen in de hand te kunnen houden.
Ook de waterhuishouding moet worden gereguleerd, voor een optimale relatieve vochtigheid.
Houten vloeren zijn voorts zeer kwetsbaar voor houtworm, die onherstelbare schade veroorzaakt.
Vloerpoetswerk
Het publiek brengt met zijn schoeisel allerlei vuil binnen, zoals modder, zand, gras, asfalt, olie, teer, steentjes, steengruis en kauwgom. Onoordeelkundige reiniging kan ernstige sporen nalaten.
Bij dagelijks gebruik moeten vloeren en trappen ook dagelijks gereinigd worden.
Stevige oppervlakken kan men behandelen met een industriële stofzuiger met borstelmond. Let wel: de zuigkracht moet worden aangepast aan de kwetsbaarheid van het materiaal.
Bij ernstiger vervuiling kan tussen twee stofzuigerbeurten het vuil handmatig met een borstel van de vloer vrijgemaakt worden.
Andere, meer gevoelige oppervlakken dienen met een grotere voorzichtigheid te worden aangepakt. Stof en vuil afnemen met een zacht, stofaantrekkend materiaal is dan aan te bevelen. Eerst is het evenwel belangrijk om na te gaan uit welk materiaal de vloer bestaat en in welke staat hij verkeert. Aandachtig bekijken dus en zoals gezegd vooral opletten of er geen mankementen zijn zoals loszittende of beschadigde tegels, rotte of door houtworm aangetaste planken of verfopstuwingen. Indien dit wel het geval is, kan men beter de hulp inroepen van een restaurateur, een erfgoedconsulent of een interieurwacht.
Bij het onderhoud van stenen vloeren die in goede staat verkeren, moet niet geprobeerd worden de steen opnieuw te doen glanzen. Oude steen kan er nu eenmaal niet meer als nieuw uitzien. Haal stof en gruis weg met de stofzuiger. Als droog reinigen niet volstaat, kan een uitgewrongen katoenen dweil worden gebruikt. Vooral oppassen voor te veel water omdat dit ook de mortel aantast.
Een in goede staat verkerende plankenvloer kan men het beste schoonhouden met een stofzuiger. In geen geval water gebruiken, omdat hout het vocht absorbeert. Dus geen uitgewrongen dweil en ook geen zeep.
Zowel houten als stenen vloeren kunnen indien nodig met een aangepaste waslaag worden beschermd. Het aanbrengen en het onderhouden daarvan moet wel met de grootste voorzichtigheid geschieden. Algemene regel: overdaad schaadt.
Op het gebaande pad
Bezoekers bewandelen in historische huizen vaak een vastgelegde route. Een ‘looptapijt’ zorgt ervoor dat de vloer eronder wordt gespaard en de looprichting duidelijk is. Bovendien gaat schoonmaken makkelijker en sneller (slechts het tapijt stofzuigen in plaats van de hele vloer reinigen).
Bordjes die de richting aangeven, zijn vaak ook nog nodig. Indien die niet vast bevestigd kunnen worden, kan worden gedacht aan stabiele standaards, die ver genoeg van een kwetsbaar object of muur af staan, om bij omvallen geen schade te veroorzaken. Koorden of hekjes kunnen ook de route aangeven, en beschermen bovendien de vloeren in de ‘verboden zones’ en de tentoongestelde objecten.
Dergelijke bewegingsbeperkende maatregelen verlenen het huis een lichtelijk museaal karakter, maar zijn vaak onontkoombaar
Meubilair, kunst- en gebruiksvoorwerpen
Meubels en voorwerpen die worden gebruikt, lopen daar op termijn onherroepelijk beschadiging door op. Alles slijt immers, of de bekleding van stoelen en banken nu van leder is of van textiel – ongeacht of de tapisserie in wol geweven is of in fijne zijde, of deze geborduurd is of een bedrukte katoen betreft.
Het zitgedeelte en de armleuningen zijn de eerste plaatsen waarop slijtage (en vervuiling) voorkomt.
Regelmatig gebruik van stoelen kan de originele opgespannen singels doen knappen, zodat de zitting kan gaan doorhangen of doorzakken.
Bij houten stoelen kunnen verbindingen te leiden hebben.
Is geregelde vervanging van de bekleding een onoverkomelijk bezwaar, wegens de figuurlijke of letterlijke kostbaarheid ervan, dan is een ‘zitverbod’ op zijn plaats: schuin over de rug en de zitting gespannen draden of een koord tussen de armleuningen voor de zitting kunnen dit de bezoeker duidelijk maken.
Meubels mogen bij het verplaatsen nooit worden verschoven. Rechte stoelen: met twee handen aan de onderkant optillen. Fauteuils, tafels en kasten: het beste door meerdere personen hanteren. Er moet eveneens rekening mee worden gehouden dat het meubel goed aan de onderkant ondersteund wordt. Indien mogelijk, is het goed het meubel op een karretje of een van wieltjes voorziene plank te plaatsen zodat het voorzichtig kan worden verreden.
Bij het aanraken (en/of het gebruiken) van voorwerpen moet steeds aandacht worden besteed aan de risico’s. Niet alleen kunnen er grote beschadigingen optreden (denk aan serviesgoed), maar vingers laten bijvoorbeeld altijd transpiratievocht en vetsporen achter. Dit is vooral zeer schadelijk voor metalen en hout. Op textiel zullen ze na verloop van tijd voor een beduimeld en vuil oppervlak zorgen.
Daarom is het aangeraden om objecten en gebruiksvoorwerpen (en kunstwerken, zie hierna) zo min mogelijk aan te raken.
Indien het niet anders kan, dan moet men zoveel mogelijk gebruik maken van katoenen handschoenen.
Het aanraken van schilderijen en andere kunstobjecten
Het hanteren van kunstvoorwerpen is nooit zonder risico’s. Het voorwerp kan in goede staat verkeren, maar evengoed kan het mankementen hebben die niet met het blote oog zichtbaar zijn. Houten voorwerpen kunnen bijvoorbeeld van binnen zijn aangevreten door houtworm, oude restauraties kunnen loszitten en de polychromielaag kan blazen vertonen.
Kunstvoorwerpen zo weinig mogelijk verplaatsen dus, en ze in ieder geval met grote omzichtigheid behandelden. Ze dienen, net als het meubilair, steeds getild te worden en niet gesleept. Doorgaans kunnen ze het best worden vervoerd in dezelfde positie als waarin ze opgesteld staan, en dus niet gedraaid of gekeerd.
Rechtsreeks contact met de voorwerpen moet worden vermeden. Transpirerende – maar ook droge – handen laten immers altijd zuren en vetten achter. In de handel zijn witte katoenen handschoenen te verkrijgen; voor gladde voorwerpen zijn latex handschoenen aan te bevelen omdat deze klemvaster zijn.
Het schoonmaken van (kunst)voorwerpen en materialen
Kunstvoorwerpen moeten uiteraard zo veel mogelijk stofvrij worden gehouden. Ze volledig afschermen van stof of vuil is vrijwel onmogelijk – en in een historisch huis vaak ook minder gewenst omdat een glazen stolp of een plexiglas doos over een kunstwerk (of over gebruiksvoorwerpen) de huiselijke sfeer tegenwerkt. Ook een glasplaat voor een schilderij is zelden bevorderlijk voor het kijkplezier; ontspiegeld glas is al beter, en kan als het ook de uv-straling tegenhoudt het schilderij een aanzienlijk langer leven bezorgen.
Maar hoe om te gaan met dat altijd maar weerkerende stof?
Schilderijen
Stof een schilderij nooit af. De kans bestaat dat er dan verfdeeltjes afschilferen. Het is het beste om het oppervlak helemaal niet aan te raken. Ook de lijst kan men beter alleen dan afstoffen als het echt nodig is, liefst met een droge synthetische plumeau of een zachte schilderskwast. Het gebruik van water of schoonmaakmiddelen moet te allen tijde worden vermeden, ook op stucwerk en op de vergulde delen van de lijst.
Als de lijst uit geverfd hout bestaat, kan deze eventueel wel met een uitgewrongen doek en een neutrale zeep worden schoongemaakt.
Hout
Meubelen, lambriseringen, beelden enzovoort die in goede staat zijn, mag men geregeld afstoffen met een droge stofdoek (oneffenheden of splinters houden pluisjes van de stofdoek vast). Om in spleetjes en kiertjes te reinigen kan het best een zachte kwast of penseel worden gebruikt; eventueel met een stofzuiger het afgeveegde stof verwijderen.
Ivoor, been, schildpad
Hiervoor geldt dezelfde behandeling als voor hout: afstoffen met een zachte borstel of penseel. Aangezien het hier vrijwel altijd ingelegd materiaal betreft, moet worden opgepast voor het loskomen van kleine stukjes daarvan.
Steen
Stenen, marmeren en gipsen beelden kunnen ook gewoon met een doek afgestoft worden. Liefst niet behandelen met water, zeker niet met een reinigingsmiddel. Gipsen beelden moeten in ieder geval droog behandeld worden.
Papier
Boeken moeten voorzichtig worden behandeld. Stof ze gewoon af met een zachte kwast, door van de rug naar de randen te strijken. Let er wel op dat het boek dicht is zodat het stof niet tussen de bladzijden kan komen; let ook op dat de rug niet wordt beschadigd. Eventueel kunnen (niet al te kostbare of kwetsbare) boeken heel voorzichtig afgestoft worden met een stofzuiger.
Archivalia en andere documenten in papier of perkament kunnen eveneens met een zachte langharige kwast lichtjes worden afgestoft. Hardnekkige vlekken kunnen desnoods met een speciaal gommetje of gompoeder verwijderd worden, maar beter is het om in zulke gevallen een specialist erbij te halen.
Keramiek, porselein, glas
Keramiek, glas en porselein mag in geen geval met een gewoon schoonmaakmiddel worden gereinigd, en zeker niet in de vaatwasmachine worden gestopt. Liefst met een zachte borstel of met een vochtige doek schoonmaken. Vergeet niet om krassen veroorzakende sieraden zoals ringen en armbanden af te doen voor het reinigen.
Metaal
Edelmetaal zoals goud en platina corrodeert niet en behoeft geen reiniging. Zilver wordt door blootstelling aan de lucht eerst geelbruin en na een tijd volledig zwart – bijtijds ingrijpen dus en het oxidatieproces niet zo ver laten komen.
Zilver kun je het best poetsen – maximaal tweemaal per jaar – met speciale Hagerty-doekjes. Niet al te kostbaar zilveren servies kan desnoods in een sopje met een beetje niet-bijtend afwasmiddel worden gereinigd.
Kopergroen kan met white spirit worden verwijderd, kaarsvet op kandelaars kan als het koud en hard is geworden voorzichtig worden weggehaald met een stokje van zacht hout. Het metaal zeker niet blootstellen aan een warmtebron.
Voor een poetsbeurt moeten bijtende zilver- of koperpoetsmiddelen uiteraard worden vermeden, en zeker schuurmiddelen; de genoemde Hagerty-doekjes kunnen ook hier goed dienstdoen.
Textiel
Met textiel bekleed meubilair, wand- en vloertapijten en interieurtextiel zoals gordijnen en tafelkleden kan het best stofvrij worden bewaard zonder dat er daglicht bij komt: stof beschadigt de vezels en trekt bovendien schimmels en insecten aan, licht doet de kleuren verschieten.
Een woonhuis is echter geen stof- en lichtvrije kluis. Doordacht schoonhouden van materialen en ruimtes en dempen of filteren van licht is daarom ook hier aangeraden.
Het schoonmaken van (kostbaar) textiel kan het best aan een specialist worden overgelaten. Breng het stuk zeker niet naar de droogkuis voor een chemische reiniging. Ook als het textiel aangetast is door schimmels of insecten, kan men er beter een gespecialiseerde textielrestaurator bij halen dan het zelf proberen te reinigen of te herstellen.
Flora & fauna
Ze fleuren de boel op, maar zijn niet altijd even onschuldig: kamerplanten en bloemen. Ze kunnen bijvoorbeeld insecten bevatten die materialen in huis aantasten. Er kan gemorst worden als men bloemen of planten water geeft. Er kan stuifmeel van de stampers vallen. Bladeren kunnen tegen wandbekleding hangen.
Enkele vuistregels voor als men toch bloemen of planten in een historisch huis wil hebben:
Fauna
Net als bloemen en planten verhogen (huis)dieren de ‘intieme’ sfeer in een historisch huis. Vervuiling en beschadiging zijn echter weinig denkbeeldig.
Als ze er echt moeten zijn, laat de dieren dan enkel in ruimtes waar ze geen schade kunnen aanrichten aan kostbare of kwetsbare voorwerpen, meubilair, vloeren, tapijten of gordijnen, en waar ronddwarrelende haren geen probleem vormen.
Presentatie, veiligheid & bewaking
Bij het tentoonstellen van kunstwerken en gebruiksvoorwerpen is beveiliging ervan meestal de grootste zorg: diefstal en beschadiging zijn de nachtmerrie van elke eigenaar-verzamelaar of conservator. Vergeet echter niet dat ook aanraking hoog scoort op het lijstje van ongewenste handelingen. Vervuiling lijkt een veel minder groot kwaad, maar komt daarentegen veel vaker voor en is uiteindelijk wél de belangrijkste oorzaak van de teloorgang van het tentoongestelde object.
Het plaatsen van voorwerpen op tafels of kasten houdt ook in dat ze de ondergrond kunnen beschadigen. Open presentaties betekenen daarenboven dat de kunstwerken en objecten niet beschermd zijn tegen vuil en ronddwarrelend stof. Dit kan eventueel worden voorkomen door op een verantwoorde manier een afscherming zoals een glazen of perspex stolp te gebruiken. Mooi is het meestal niet, maar het helpt wel.
'Open' presentaties op kasten en tafels houden het risico in dat de voorwerpen gemakkelijk kunnen worden aangeraakt, omgestoten of meegenomen. Bezoekers dus op afstand houden middels een koord of een balustrade, terwijl een gids of suppoost nauwlettend toekijkt? Dat is relatief afdoende, maar bevordert de huiselijke sfeer niet. Wie beschikt bovendien over voldoende (beveiligings)medewerkers?
Een mogelijkheid is het ‘onzichtbaar’ aanbrengen van een speciaal voetje of een steun waardoor het object ‘vast’ zit (beschadigen is dan echter een risico).
Bewegingssensoren met een alarmsysteem onder de tafel of in de kast zijn minder agressief tegenover het object, maar vooral bij tijdelijke exposities niet altijd even makkelijk te realiseren.
Camera’s, eventueel in combinatie met een objectbeveiligingssysteem, kunnen het ‘personeelsprobleem’ tot op zekere hoogte oplossen. Naast registreren doen camera’s ook preventief hun werk: ze hebben een ontradend effect op potentiële dieven of vandalen.
Het plaatsen van camera’s en objectbeveiliging is echter niet eenvoudig. Elk historisch huis heeft immers zijn specifieke problemen, die te maken hebben met de aard van de collectie, het gebruik van de ruimtes en het gebouw. Er moet vooral op gelet worden dat het interieur niet beschadigd wordt bij het aanbrengen van camera’s en bewegingsdetectors.
Seizoenssluiting
Huizen die een deel van het jaar voor het publiek gesloten zijn moeten hier op een goed geplande en georganiseerde manier op worden voorbereid.
Schoonmaken, opslaan van de collectie(s), controleren van de omgevingsfactoren, binnen- en buitenonderhoud, ongediertebestrijding en beveiliging zijn de belangrijkste onderdelen.
Enkele tips:
Inventarisatie
Zaken als ‘collectieprofiel’, ‘tentoonstellingsbeleid’ of ‘collectiemobiliteit’ kunnen ook in historische huizen pas echt aan de orde komen als er een overzicht is van de inhoud van het gehele ensemble. Pas dan ook kan er bijvoorbeeld een professioneel beheerplan worden gemaakt Beschrijving en inventarisatie van huis, tuin en collectie is geen sinecure. Meestal is het een zaak van professionals.
Om toch als beheerder enig houvast te hebben, is het raadzaam een relatie eenvoudig objectregistratieprogramma te downloaden, bijvoorbeeld het gratis programma DICE van de Erfgoedcel Antwerpen. Op de website van Culturele Biografie Vlaanderen is ook veel informatie te verkrijgen over registratie en inventarisatie.