
Het Rubenshuis is de plaats waar men het dichtst bij de leefwereld van de grootste barokkunstenaar ten noorden van de Alpen komt. Het museum ‘gebruikt’ de vroegere functie van het monument waarin het zich bevindt en de unieke sfeer die ermee verbonden is. De kunstenaar woonde er vanaf 1617 en overleed er op 30 mei 1640.
In 1610 kocht Peter Paul Rubens (1577) een huis met grond aan de Antwerpse Wapper (toen: Vaartstraat) dat hij verbouwde naar eigen ontwerp. Hij liet zich daarbij inspireren door de Italiaanse renaissancepaleizen die hij kende van zijn reizen en buitenlandse verblijven.
Het werd een woning en atelier met een monumentaal portiek op de binnenplaats. Ook de tuin achter het huis werd in Vlaams-Italiaanse renaissancestijl aangelegd. Architectonisch vormde de tuin een geheel met de gebouwen en het barokke tuinpaviljoen. De kweek van bloemen, groenten en fruit gebeurde in perken omgeven met een lage haag.
Naast het woonhuis bouwde Rubens een groot atelier, waar leerlingen grote panelen en doeken beschilderden, zo’n 25.00 in totaal. In zijn privé-atelier op de bovenverdieping maakte Rubens zelf tekeningen, portretten en kleinere schilderijen, en voerde hij een uitgebreide correspondentie naar binnen- en buitenland. Er zijn ongeveer 250 brieven bewaard gebleven in het Nederlands, Frans, Latijn en, vooral, het Italiaans.
Na Rubens' dood in 1640 bleef zijn tweede vrouw Helena Fourment nog vijf jaar in dit huis wonen. Daarna werd het verhuurd aan Lord Cavendish, een vertrouweling van koning Karel I van Engeland, die er een Spaanse rijschool stichtte. In 1660 verkochten de erven van Rubens het pand definitief en werd het bewoond door verschillende eigenaars.
Vanaf de tweede helft van de 18de eeuw onderging het huis diverse aanpassingen en verbouwingen en het raakte het enigszins in de vergetelheid. In de loop van de 19de eeuw groeide het besef dat de woning als een monument moet worden beschouwd en gebruikt. Na het afleggen van een lange administratieve weg volgde op 1 augustus 1937 de onteigening en begon men met de restauratie. De opening van het museum vond plaats op 21 juli 1946.
In de zalen en vertrekken zijn een tiental werken van Rubens te zien. In het groot atelier bevindt zich een van zijn vroegste werken: Adam en Eva in het Paradijs uit 1600. Ook hangt er de Annunciatie uit 1628.
In de eetkamer hangt zijn beroemde zelfportret, geschilderd toen hij ongeveer vijftig was. In het museumis oon een portret van de jonge Antoon van Dyck' te zien. Dit portret vormt het tastbaarste resultaat van Rubens' bewondering voor zijn meest getalenteerde medewerker. Bekend zijn ook het 'kunstkabinet' (een kastje met diverse kleine schilderijtjes) en het schilderij de 'kunstkamer van Cornelis van der Geest' van Willem van Haecht.
Het Rubenianum, een documentatiecentrum voor de studie van Rubens en de Vlaamse Kunst, kreeg een onderkomen in het Kolfeniershof, in de achtertuin van het Rubenshuis.
Het Rubenshuis is een museum van de stad Antwerpen (www.antwerpen.be/musea).
Openingstijden
Di t/m zo 10-17u (kassa gesloten 16.30u)
Gesloten 1 en 2 januari, 1 mei, Hemelvaartsdag, 1 en 2 november, 25 en 26 december.
Toegangsprijzen
Het entreebiljet geeft ook gratis toegang tot Museum Mayer van den Bergh (www.museummayervandenbergh.be)
Groepen en schoolbezoeken
Groepen tot maximum 18 personen dienen vooraf te reserveren. Geef datum, tijd en aantal deelnemers door: fax +32 (0)3 227392
Rondleidingen
Volwassenen kunnen het museum bezoeken met een stadgids, te boeken bij de Gidsenbeurs van Toerisme Antwerpen (max. 15 personen; gids kost 60 euro + 3 euro administratieve kosten) Minstens drie weken voor het bezoek reserveren bij de Gidsenbeurs Toerisme Antwerpen (T 0032 (0)3 2039530 F 0032 (0)3 2208296)
Bereikbaarheid
De tuin en de benedenverdieping zijn toegankelijk voor rolstoelgebruikers.